Sommige netwerkpraat klinkt als jargon, hier leggen we het in gewone taal uit
Een elevator pitch is je verhaal in 30 tot 60 seconden. Zo lang als een ritje in de lift met een vreemde. In die tijd vertel je wie je bent, wat je doet, voor wie en waar mensen je voor kunnen aanspreken. Bij MYN-avonden krijg je geregeld de kans om je elevator pitch in de groep te brengen, bijvoorbeeld in een netwerkronde of op het pitch-podium.
Houd het concreet. Geen bedrijfsgeschiedenis, geen jargon. Wel: wie je bent, wie je helpt, met welk probleem of doel, en wat de aanleiding is voor het gesprek. Eindig met een vraag of een open haakje, zodat je luisteraar makkelijk kan reageren. Veel mensen maken hem te lang, snij dus in totdat alleen de kern overblijft.
“Ik ben Lisa, ik help kleine ondernemers met hun jaarafsluiting. Veel ZZP’ers maken zich druk over hun boekhouding, vooral in december. Ik regel het binnen één afspraak. Ik zoek vanavond mensen die zelf zo’n afsluiting niet meer willen doen. Klinkt dat als jou?” Klaar in 25 seconden. Niet perfect, wel duidelijk en met een uitnodiging om door te praten.
Hardop, en met iemand die er kritisch op wil reageren. Een MYN-avond is daar een ideale plek voor: je krijgt het in de praktijk te horen, en de feedback is meteen praktisch. Een een-op-een kennismaking is een prima moment voor een laatste check, of vraag iemand het tijdens het vrij netwerken om eerlijk te zeggen wat ze ervan vonden.
De grootste valkuil: te veel willen vertellen. Een pitch is geen samenvatting van je hele bedrijf. Tweede valkuil: vaag eindigen. “Tot zover, mocht je vragen hebben…” werkt niet, sluit af met een concrete uitnodiging. Derde: monotoon spreken. Het mag enthousiast en menselijk klinken, je verkoopt jezelf niet als robot.
Wil je je elevator pitch komen oefenen op een echte avond? Bekijk de agenda.